Plant in de kijker

Plant in de kijker: Hysop (Hyssopus officinalis)

Hysop is een struikachtig plantje van zo’n 60 cm hoog dat deel uitmaakt van de familie van de lipbloemigen of muntfamilie.  Heel veel aromatische planten behoren tot deze familie zoals pepermunt, citroenmelisse, gember. Net zoals alle planten werken aromatische planten onstekingsremmend. Heel typisch voor deze planten is dat ze in staat zijn om spanningen op diverse plaatsen te verzachten. Zo werken ze ondersteunend voor spijsvertering, zenuwstelsel, vatenstelsel en luchtwegen.  Aromatische planten kennen hun toepassingen in zowel aroma- als fytotherapie en zijn uitstekend om tisanes van te maken.

Hysop oogt zeer mooi in de tuin dankzij de paars-blauwe bloemetjes. Al zijn er  ook varianten met witte en roze bloemen. De plant kan door imkers gebruikt worden als lokplant voor bijen. Verder is hysop interessant in de moestuin omdat slakken en koolwitjes er niet dol op zijn en zo op afstand blijven. De plant is inheems in  Zuid-Europa, in West-Azië en Marokko. Dankzij de Benedictijnen is de plant in de middeleeuwen in Midden Europa geraakt waar het toen een zeer gegeerd kruid was.

Blad en bloeiende toppen kunnen in de keuken gebruikt worden. Ze hebben een ietwat bittere-muntachtige smaak. Het kruid past bijvoorbeld  zeer goed in vleesgerechten , stoofpotjes of in soepen. Verder doet het dienst om diverse likeuren op smaak te brengen zoals Chartreuse.

Naar ondersteuning voor het lichaam is hysop bijzonder interessant voor de luchtwegen. Het bevordert het ophoesten en oplossen van slijmen. Het is verder ook hoeststillend en heeft onstekingsremmende eigenschappen op de longslijmvliezen. Hysop remt de zweetsecretie en werkt koortwerend. Aangezien hysop een aromatische plant is, werkt ze tevens ook verzachtend op zenuwstelsel en dankzij de aanwezige bitterstoffen is dit kruid ook spijsverteringsbevorderend. Een goede manier voor het nuttigen van het kruid is via een tisane in combinatie met aantal andere planten die een gelijkaardige werking hebben. Wij maken gebruik van hysop in de tisane ‘Verademing’.

Uitwendig vermindert de plant zwellingen en werkt hij ontsmettend en wondhelend.

Er kan ook etherische olie gewonnen  worden uit deze plant maar de opbrengt is zeer laag. Dat maakt de olie dan ook bijzonder prijzig. De parfumindustrie maakt er spaarzaam gebruik van. De geur is eerder zoet, kamferachtig met houtige ondertoon. Omwille van het hoge gehalte aan ketonen wordt de etherische olie van Hyssopus officinalis afgeraden, zeker voor inwendig gebruik. Een veiligere variant is hyssop decumbens.

Plant in de kijker: Canadese guldenroede (Solidago canadensis)

 

De naam ‘guldenroede’ verwijst naar de kaarsrechte stengel die doet denken aan een roede met goudgele bloemen, vandaar ‘gulden’. De Latijnse benaming ‘Solidago’ verwijst naar ‘solidare agare’ wat zoveel betekent als gezond maken, helen.  De normale bloeitijd voor deze plant is augustus-september. Net zoals vele anderen is ze dit jaar voor op haar bloeitijd. Hij stond immers al welig in bloei in juli.  Mijn oog viel er voor het eerst op tijdens de wildpluksessie in juli waar hij ook pronkte in Lieve haar toekomstige tuin. Ondertussen heb ik hem ook bij ons gespot. 

Hij groeit vooral op ruige stukken grond, langs boskanten of waterkanten. Hij komt tegenwoordig bijzonder veel voor en is best wel een woekeraar te noemen. Dit in tegenstelling tot de echte Guldenroede, die in het wild eerder zeldzaam is geworden.

In tuinen vind je deze plant ook vaak terug, hij is immers ook een bijzonder goede bijenplant. Door zijn invasief karakter is het wel raadzaam om hem goed op te volgen, anders overwoekert hij in een mum van tijd andere planten.

Naar ondersteunende werking is het zo dat er heel veel soorten uit de  Solidago familie bestaan die min of meer helende eigenschappen vertonen. Vroeger vond je guldenroede terug in zowat alle wondkruidmengels ter verlichting van tandpijn, keelpijn en ter verzorging van wonden. De Indianen in Noord Amerika gebruikten de Canadese soort vooral om keelpijn te verzachten. In Europa ontdekte men in de 13e eeuw dat  de echte guldenroede bijzonder helende eigenschappen heeft op vlak van de nieren.Vandaag is de plant nog steeds ingeburgerd in de volksgeneeskunde als tonicum voor de nieren maar evenzeer inzetbaar bij vochtophopingen, als reiniger, ter verzachting van keelpijn of ter verzorging van wonden. Een bijzonder veelzijdige plant. 

 

Wat mij is bijgebleven op de wildpluk is dat je van deze plant een ‘zijdezachte olie’ kan maken om je huid mee in te strijken. We namen graag de proef op de som en hebben dus een maceraat gemaakt van de bloem op amandelolie die we vier weken hebben laten trekken. Wetende dat de plant wondhelend werkt zullen we hiervan ook nuttig gebruik maken om een zalf mee te maken.

 

 

Plant in de kijker: Engelwortel – Angelica archangelica L.

Deze prachtige twee- of driejarige is een pronkstuk in éénieder zijn tuin. Weet wel, het is echt een kanjer en dit mag je ook letterlijk nemen. Voorzie dus een ruime plek liefst in de schaduw en op een ietwat rijkere, zure leemgrond. In het wild tref je hem het meest aan op vochtige plaatsen. De plant sterft af van zodra hij zaad heeft voortgebracht. De kiemkracht van het zaad zal dan voor nakomelingen moeten zorgen. Wil je de plant echter behouden dan is het aangewezen om de bloemstengels te verwijderen. 

De benaming verwijst naar aartsengel. De plant stond van oudsher bekend voor zijn bovenaardse krachten en vormde een ware bescherming tegen boze geesten en tegen de duivel. De legende vertelt dat deze plant omstreeks de 10de eeuw in een droom van een monnik aangewezen werd door aartsengel Raphaël   als genezer voor de pest. En sindsdien deed hij dienst als medicijn tegen onder meer de pest.

De plant heeft een bijzonder verfijnde smaak en aroma. Op die manier kan het gerechten een apart cachet geven. De zaden van de plant kunnen vermengd worden met andere zaadjes zoals die van venkel of koriander en gebruikt worden als aromatische mix om gerechten mee op te waarderen. Verder kunnen ze ook gebruikt worden om er een heerlijk elixir mee te maken. De jonge bladeren zijn eetbaar en kunnen ondermeer aroma geven aan slaatjes. De stengel wordt  vaak gebruikt om te confijten. Maar je kan ze ook gebruiken om aan fruitbereidingen zoals confituur toe te voegen.  In Lapland gebruiken ze de bladeren om vis in te verpakken. Dat heeft een verfijnd aroma en bovendien ook een antiseptische werking. Daarnaast schillen de Lappen de jonge stengels die ze ontdaan hebben van de bladeren en eten ze met smaak op. Wees wel matig met het gebruik want anders gaat de smaak snel overheersen.

De geneeskrachtige werking van de plant zit vooral in de wortel. Engelwortel kent een breed spectrum. Het is spijsverteringsbevorderend  en eetlustopwekkend dankzij de aanwezigheid van bitterstoffen. Het is verder algemeen aansterkend en heeft ook krampstillende eigenschappen. Maar de ietwat houterige geur kan ook rustgevend en angstwerend werken. In dat laatste geval kan de etherische olie gebruikt worden om te verstuiven. Let wel deze etherische olie behoort tot de hogere prijsklasse. Het verfijnde aroma laat tevens toe om in parfums te gebruiken.

Als je verse engelwortel oogst op een zonnige dag draag dan bij voorkeur beschermende kledij want de plant heeft  een fototoxische werking.

 

Lievevrouwebedstro – Galium odoratum

Laat de Latijnse benaming het al niet vermoeden? Dit bescheiden plantje heeft een bijzonder aangenaam aroma. Vooral dan het gedroogd plantgoed.  Dat komt ons goed van pas bij het uitdenken van nieuwe geurenmengelingen. De typische geur dankt de plant aan de aanwezigheid van coumarines, die bij het drogen uit elkaar vallen waardoor de geur subtieler wordt.

De Nederlandse benaming leunt aan bij de Christelijke legende dat dit kruid gebruikt zou zijn voor het opmaken van Maria’s bed.  De Germanen gebruikten dit plantje ter verering van Freya, godin van de geboorte. Verder werd lievevrouwebedstro ook beschouwd als een heksenwerend kruid. Het gebruik ervan als beschermingsmiddel tegen het kwaad is terug te vinden in veel gebruiken in Europa. Zo werden er bij voorbeeld tuiltjes lievevrouwebedstro aan het bedeinde gehangen van de zieken met koorts.

De plant is  een zeer mooi bodembedekkertje dat houdt van een schaduwrijk plekje. Het plantje bloeit volop in mei met mooie witte bloemetjes. Het oogsten ervan voor toepassingen gebeurt best voor de bloei. Ook bijzonder leuk is dat de blaadjes met acht samen een soort krans vormen.

Vroeger werd het kruid vaak gebruikt ter bevordering van de spijsvertering maar ook om wonden te helen. Het bevat net zoals Engelwortel krampwerende en digestieve eigenschappen.  Verder worden er ook mild slaapverwekkende eigenschappen aan toegeschreven. Vandaag de dag is het medicinaal gebruik ervan beperkt. Al vind je het wel nog terug in kruidenmengelingen voor tisanes.

Culinair kan je aan de slag met dit plantje in ondermeer gebak of om frisse drankjes mee te maken. Enkele takjes een paar uren laten trekken geeft een verfijnde smaak. Laat ze echter niet te lang trekken want anders komen er teveel coumarines vrij en daar kan je hoofdpijn van krijgen. Teveel coumarines kunnen ook aanleiding geven tot braken, dus spring zeker karig om met het gebruik van dit kruid.

 

 

 

Plant in de kijker: Gelderse roos – Viburnum opulus

Plant in de kijker: Gelderse roos – Viburnum opulus

 

12 jaar geleden, toen we hier kwamen wonen en ik nog niet zo veel bezig was met de tuin hebben we onze voortuin ingericht met planten zonder echt stil te staan of ze zich er wel goed zouden voelen. Zo hebben we er ondermeer een struik gezet – toen niet wetende wat de exacte naam was – die dus een Gelderse roos bleek te zijn.

De struik heeft het lange tijd goed gedaan in onze voortuin die Zuiders georiënteerd is. Maar de laatste jaren had hij het moeilijk. En dat begrijpen we nu echt ten volle, want deze struik houdt eerder van vochtige grond en een voedingsrijke bodem. Bij de make-over van onze tuin hebben we hem in november, toen de plant in rust was,  uitgegraven en een plek ik de achtertuin gegeven in half schaduw en veel betere grond. En ik zie toch al een paar botjes verschijnen, dus ik hoop dat hij het gered heeft en dat hij nog mooi verder kan bloeien. Want het is een heel mooie struik met prachtige witte bloemen in mei-juni en nadien mooie rode bessen.

De bessen worden door de vogels nauwelijks aangeraakt. Ze blijven erg lang hangen. Dit komt omdat ze niet zo lekker smaken en ook gematigd giftig zijn. Na de vorst zijn de gifstoffen enigszins verminderd en dan zullen vogels die het echt niet meer kunnen houden van de honger er zich wel eens aan wagen.  De plant zelf heeft niets met de rozenfamilie te maken, ook al doet de Nederlandse naam dit vermoeden. Dat komt omdat hertogen van Gerle de bloemen hadden afgebeeld op hun wapenschild. Althans dat dachten ze want in realiteit bleken het bloemen van de mispel te zijn.

Van deze plant wordt vooral de schors gebruikt omwille van de waardevolle samentrekkende eigenschappen. Dat maakt dit deel van de plant zeer interessant om krampen te verlichten: vooral menstruatiekrampen maar ook darmkrampen kunnen ermee gebaat zijn. Verder bevat de bast stoffen die bloedverwijdende eigenschappen hebben en tevens een tonicum vormen voor het hart.

Wil je met deze plant fytotherapeutisch aan de slag, consulteer dan steeds een erkend fytotherapeut en weet dat deze plant best niet gebruikt wordt in geval van lage bloeddruk en bij vrouwen die borstvoeding geven.

Plant in de kijker: toverhazelaar – Hamamelis

Plant in de kijker:  toverhazelaar – Hamamelis

Het leuke aan deze struik is dat het een zeer late bloeier is. De spinachtige bloemen die geel maar ook rood-oranje kunnen zijn — afhankelijk van de soort — verschijnen  pas tussen oktober en februari. Bij ons in de tuin verschijnen de gele bloemetjes zo rond eind januari. Voor mij een teken dat de cirkel weer bijna rond is en dat we weer opnieuw kunnen starten.  Op naar lente.

De wetenschappelijke naam van deze plant is Hamamelis virginia. Hama staat voor tesamen omdat de boom tegelijk bloemen als vruchten kan dragen. De soortnaam virginia is een verwijzing naar de staat Virginia waar deze struik veel voorkomt. In het Nederlands heeft deze plant de naam toverhazelaar gekregen. Dit omdat de bladeren sterk gelijkend zijn op die van een hazelaar maar met dat verschil dat aan deze plant magische eigenschappen werden toegeschreven.

Toverhazelaar werd bijzonder veel gebruikt door Indianenstammen van Noord-Amerika. Vroeger deden de twijgen ook dienst als wichelroede. Het Engelse Witchhazel verwijst niet zozeer naar heksen maar is afkomstig van het oude Saksische woord ‘wyche’ wat staat voor buigzame takken.

Deze plant werd al vermeld in de eerste kruidenboeken die in de Verenigde Staten verschenen.

Tegenwoordig kennen we vooral de toepassing van het hydrolaat van hamamelis, dat wordt verkregen door distillatie van de bladeren en twijgen.

Het hydrolaat kent veel toepassingen voor uitwendig gebruik (zoals in cosmetica). Dankzij de samentrekkende en zelfs antiseptische eigenschappen is het bijzonder geschikt in aftershave en in diverse gezichtscrèmes voor een rijpere huid. Het kan ook gebruikt worden om blauwe plekken en kneuzingen mee te verzachten.

Omdat er interactie met diverse medicatie en voedingssupplementen mogelijk is, mag je dit hydrolaat enkel op voorschrift en onder professionele begeleiding innemen.

Wanneer je een hydrolaat koopt, kies dan liefst één dat vrij is van bewaarmiddelen. Ik werk het liefst met de hydrolaten van Michel Vanhove, omdat ik daarvan weet dat ze volledig zuiver zijn. Indien je in de handel een dergelijk hydrolaat koopt, kijk dan steeds even de etiketten na.

 

 

 

Plant in de kijker: kweepeer

Plant in de kijker: kweepeer

Deze keer hebben we het over de vrucht van een plant. Kweepeer wordt ook wel kweeappel genoemd. Ze is verwant met de appel, peer en lijsterbes en behoren tot de kweepeerboom. Deze  boom maakt net zoals vele  fruitbomen deel uit van de rozenfamilie.

Alhoewel de vrucht al  duizenden jaren wordt gekweekt heeft ze nog steeds haar authentieke karakter van wilde vrucht behouden. De naam kweepeer komt van het Griekse woord Kydomalon. Malum is appel en Kydonia verwijst naar een stad op Kreta. Vandaar de appel van Kydonia. De vrucht komt uit de Kaukazus en werd in het Oude Griekenland reeds geteeld. In de Oudheid stond ze symbool voor liefde, geluk en vruchtbaarheid.

Als je kijkt naar de vrucht zie je dat ze meer het uitzicht heeft van een peer maar dan wel één van een dik formaat. De vrucht voelt een beetje ‘wollig aan. Wij wassen of vegen dat laagje er steeds af voor gebruik. In de 17de eeuw was dat laagje dons erg gegeerd. Gemengd met honing werd het gebruikt als haargroeimiddel.

Onder het laagje dons zit dan de schil met aan de buitenkant een waslaagje dat als je erover wrijft een heerlijk aroma vrijgeeft. Hier speelt dus de etherische olie die de vrucht bevat. De vrucht bevat erg veel pectine. Een middel dat vandaag geïsoleerd gebruikt wordt om jam in te dikken. Pectine is een onderdeel van de celwand van de plant en zorgt ervoor dat plantencellen aan elkaar gaan klitten.

Gebruik van de kweepeer

De kweepeer leent zich niet echt om zo uit het vuistje te eten. Het vruchtvlees blijft — ook al is de peer goed rijp — steeds houtachtig hard. Dankzij die houtachtige structuur kan de vrucht veel vocht vasthouden. Niettemin is ze wel een zeer dankbare vrucht om te verwerken. Ze wordt het meest gebruikt om er jam, gelei of marmelade mee te maken. Het woord marmelade is afkomstig van ‘marmelo’ wat staat voor ‘kweeperenjam’.

Naast de klassieke gelei kan je nog tal van andere zaken doen met kweepeer.

Je kan de vrucht schillen en in partjes snijden. Deze partjes kan je laten macereren in een mengsel van het sap van 2 citroenen,  1 theelepel gemalen kaneel, ¼ theelepel kruidnagel en een 1 theelepel ruwe rietsuiker gedurende 10-15 minuten. Dan bak je je de partjes in geklaarde boter. Je kan deze gebakken partjes nuttigen met bij voorbeeld  granola en een schepje natuuryoghurt. Maar ze smaken ook leker bij een pannenkoek. Of waarom niet gecombineerd met een stoofpotje van vlees. Zelfs ook bij een stukje halloumi komt deze eenvoudige bereiding tot zijn recht.

De schillen recupereer je om een likeur mee te maken.  Je stockeert ze in een bokaal van 500 ml inhoud en overgiet ze met bij voorbeeld wodka (alcohol van 40 graden). Dit mengels laat je gedurende zes weken macereren. Dan filter je het geheel en je voegt zo’n 150 tot 200 gram suiker toe aan het overgehouden vocht.  Dit laat je dan gedurende een maand of zes weken staan. Af en toe eens schudden. Nadien is de likeur klaar voor gebruik. Maar door hem nog wat te laten staan zal hij nog beter worden. Je bekomt een lekker digestiefje!

Met de pitten tenslotte maak je een gel om uitwendig te gebruiken tegen bij voorbeeld kloven of andere irritaties. Je overgiet de pitten met een laagje alcohol (type wodka) en lengt nog aan met klein beetje water. Na verloop van tijd zal het geheel een gel vormen door het hoge gehalte aan pectine die aanwezig is in de pitten. Denk er wel aan extracten van pitten zijn niet geschikt voor inwendig gebruik want in hoge dosissen zijn pitten van de kweepeer — en ook van de appel — giftig

Plant in de kijker: Kruidnagelboom

Plant in de kijker: Kruidnagelboom

In het eindwerk voor de opleiding tot herborist heb ik mijn voorliefde voor Oosterse specerijen gecombineerd met de aantrekkingskracht die bomen hebben voor mij . Zo heb ik er voor gekozen om mijn monografie te maken over de kruidnagelboom. Mezelf verdiepen in de wereld van specerijen en experimenteren met kruidnagel hebben me nieuwe inzichten gegeven. Dit waren fijne momenten van herbronnen met een warm aroma. Lees verder