Auteur: Karen Vande Wiele

Een kijk in onze tuin

‘In de eenzaamheid van de tuin, in de schaduw van een eik, waar niemand iets wordt opgelegd, is het prettig je over te geven aan een verrukkelijke gedachtenloosheid, om zich ideeën en beelden te laten vormen en ontbinden met dezelfde onsamenhangendheid als de wolken aan de hemel.’ 

Uit: Ik heb het de tuin nog niet verteld – Pia Pera

In het vroege voorjaar zijn we vlijtig bezig geweest in de achtertuin. Een stuk dat nog onbeplant was hebben we aangelegd, andere stukken hebben we een grondige make-over gegeven en de kruidentuin kreeg een opfrissing. En deze keer deden we het allemaal zelf: planten kiezen, ze de juiste plek geven en verzorgen. We zijn bijzonder blij met het resultaat tot dusver. 

De tuin is voor ons in de eerste plaats een plek om tot rust te komen. Maar ergens mag het wel een beetje spannend zijn. Ik hou er enorm van om in de ochtend of in de vooravond een toertje te doen en te zien wat allemaal ontluikt, groeit en bloeit. Het is tevens heel fijn om de diverse stadia van planten nu al te zien. Zo staan de dahlia’s en echinacea op uitkomen, maar de judaspenning en diverse sieruien vertonen reeds zaad. Zalig is het om dit contrast te zien.

Een paar overzichtsfoto’s 

 

 Enkele leuke bodembedekkers waar we bijzonder van houden: Longkruid, Elfenbloem en Dovennetel

 

 

 

 

 

Een aantal bloemen in bloei: Geranium, Salie, Scharlei (aan het ontluiken), blaassilene, de eerste dahlia, het geurende sobere roomse kamille

 

 

 

 

 

 

Leifruit in groei:

Geraadpleegde literatuur om ideeën en inspiratie op te doen

De ecologische siertuin – Velt

Schaduwplanten – het complete naslagwerk – Cor Van Gelderen en Hans Bruckman

Ontwerp en Plant – Meredith Kirton

Tuingeheimen – Modeste Herwig

Onze planten komen van

Bruckeveld kwekerij – Merchtem

Ecoflora – Halle

 

 

Plant in de kijker : Dovenetel – Lamium

Wanneer je nog op zoek bent naar een mooie bodembedekker in de tuin dan heb je hem nu gevonden. Lamium oftewel dovenetel. Het geslacht maakt deel uit van de lipbloemfamilie, wat je zeer duidelijk kan zien aan de fijne bloemetjes. Er maken zowel éénjarigen als vaste planten deel uit van dit geslacht.

De gewone witte dovenetel (lamium album) is de meest verspreide in Europa en vinden we op diverse plaatsen terug in het wild. Het blad lijkt zeer sterk op dat van brandnetel met dat verschil dat het geen mierenzuur bevat en dus niet prikt. De naam dovenetel is daarvan afkomstig:  de netel is doof, hij brandt dus niet. Andere varianten die we in het wild terugvinden zijn de gele dovenetel (Lamium Galeobdolon) en de paarse dovenetel (Lamium purpureum). Deze laatste komt tevens spontaan te voorschijn in de tuin.

Volgens de Griekse mythologie is Lamia album  eigenlijk het symbool van ontrouw van Zeus. Hij zou Hera bedrogen hebben met Lamia en uit wraak heeft Hera beide veranderd in een dove netel.

Het plantje is niet veeleisend en heeft een lange bloeitijd : van april tot oktober. Het zaad van de plant wordt door mieren verspreid dankzij het mierenbroodje. Dat is een zeer zoet deeltje aan het zaadje dat mieren aantrekt waardoor ze het verder gaan verplaatsen. Zij doen zich tegoed aan de zoete lekkernij zonder dat het zaadje hierdoor aangetast wordt. Het heeft wel van de kracht van de mieren gebruik gemaakt om zich te verplaatsen om zo weer op een ander plekje te kunnen groeien. De samenwerking in de natuur is toch echt wel mooi.

Het blad en de bloemetjes van alle soorten zijn eetbaar. Ze zijn bijzonder rijk aan mineralen. De bladeren smaken lichtjes bitter, de bloemen daarentegen zoet door de aanwezige nectar. Je kan ze verwerken in slaatjes of een tisane trekken van de blaadjes. Het is trouwens één van de weinige planten waarvan het blad niet verandert van smaak eens de plant in bloei staat, je kan dus blijven oogsten. Voor slaatjes is het jonge blad te verkiezen. Voor in een wokschotel of soep kan het wat ouder blad ook dienst doen.

In de kruidengeneeskunde wordt deze plant inwendig gebruikt ter verlichting van vrouwenkwalen. Het is tevens inzetbaar bij darmlast of ter ondersteuning van de luchtwegen.  Uitwendig kan je er een maceraat van maken of een extract om hiermee dan een zalf of crème te maken die vooral pijnstillend werkt.

Ik vind het plantje ook gewoon decoratief in de tuin. Ik heb de gewone paarse variant staan, maar tevens een aantal andere mooie cultivars:  Lamium maculatum “white nancy” en Lamium maculatum “beacon silver”. Beide zijn vaste planten met een zacht zilverbont blaadje. Ze woekeren niet en bloeien van april tot juli. Zeer goed winterhard.

Ben je toch nog op zoek naar een andere bodembedekker? Wel eigenlijk hebben heel wat planten de eigenschap om de bodem te bedekken. We denken vooral aan lage kruipende planten maar lavendel of kruiden zoals dragon zullen tevens de bodem in een mum van tijd verbergen. Zoek je toch iets lager bij de grond dan vind ik volgende planten ook bijzonder mooi en waardevol: lievevrouwebedstro (Gallium odoratum), kruipend zenegroen (Ajuga reptans) of vrouwemantel (Alchemilla vulgaris of mollis). De eerste is een echte schaduwplant en verdraagt moeilijk zon. De anderen kunnen dat wel aan.

Boeken als sfeermakers

Er zijn zo van die boeken die echte must haves zijn. Ze brengen als het ware sfeer in huis en in de boekenkast.  Toppers onder deze sfeermakers zijn voor mij persoonlijk steeds plantenboeken.

Het eerste boek dat ik graag even in de kijker wil zetten is Botanical style van Selina Lake. Ik kreeg de boekentip van een heel fijne vriendin en blogster Sarah  die heel veel bezig is vintage. Ze heeft een eigen blog Nuniya waarop je tevens de link terugvindt naar haar eigen vintage webshop waar ze sinds kort mee gestart is.

De auteur van het boek is een styliste die kan terugvallen op haar eigen craft skills zoals naaien, werken met bloemen en schilderen om haar extra inspiratie te geven.  Haar acht boeken over interieur en tuin behoren bij de best verkopende in de categorie.

Botanical style is eigenlijk een fantastisch mooi ‘lookbook’ dat direct een zeer frisse, natuurlijke sfeer oproept.

De auteur beschrijft 5 facetten van een botanische stijl voor in en rond het huis. Zo kan een  luchtige en delicate vintage style beroep doen op planten materialen door gebruik te maken van textiel en servies met diverse bloemenmotieven.  Een meer industriële loft-achtige stijl vraagt dan minder verfijnde bloemenmotieven maar eerder strakke groene planten als botanisch element.

Verder kan je ideeën opdoen over planten voor de tuin, hoe een serre sfeervol in te richten en staat er heel veel uitleg  in over kamerplanten. Wat mij tevens bijzonder aanspreekt aan het boek zijn de leuke DIY tips die je doorheen het boek kan vinden waaronder plantenkransen maken, hoe je met gedroogd plantenmaterial theelichthoudertjes maakt of hoe je vaasjes kan maken van diverse gerecycleerde materialen.

Een bijzonder origineel en aangenaam interieur boek waar ik op geregelde tijdstippen in terugblader om ideeën op te doen of gewoonweg omdat het mij een instant ontspannen gevoel geeft.

Het tweede boek waar ik graag iets meer over wil vertellen is een kruidenboek. Maar niet zomaar een kruidenboek zoals er zoveel zijn. Leni’s kruidenboek’is geschreven door herboriste Martine Van Nuffel en opgedragen aan haar kleinkind Leni. Het is gewoonweg een pareltje. Het boek is geschreven in de vorm van een kinderboek met ongelooflijk mooie illustraties. Op een speelse manier leer je meer over kruiden. Zo vergelijkt  Martine de plant met een boekenkast die bestaat uit verschillende schuifjes. Bij het openen van één van de schuifjes komt er een waardevol stofje of bijzondere eigenschap  vrij van de plant. Een zeer bevattelijke manier om de complexiteit van de plant en zijn inhoudsstoffen te verduidelijken.

Het boek beschrijft  een aantal planten  op een zeer speelse, bevattelijke manier waaronder duizendblad en madeliefje als zeer gekende planten maar tevens ook wilde chicorei en kattenkruid die misschien wat minder tot de verbeelding spreken. Verder bevat het boek ook een ‘doe-gedeelte’ met tal van leuke eenvoudige recepten die door jong en oud kunnen uitgeprobeerd worden.

Het bijzondere aan dit boek vind ik de laagdrempeligheid en de prachtige vormgeving. Het boek is uitnodigend voor een zeer breed publiek. Zowel voor plantenkenners als leken in kruidenleer biedt dit boek een meerwaarde. Een echte aanrader om in huis te halen.

Yoghurtcake met appel en neroli

Yoghurtcake met appel en neroli

Een lekkere cake die niet te droog is dankzij ondermeer yoghurt. Verder geven we het geheel smaak met verwarmende  kaneel, een scheutje oranjebloesem en een beetje zeste en sap van citroen en kruidensuiker.

 

Ingrediënten voor een kleine cake of 6 individuele cakejes

  • 100 gram speltmeel
  • 100 gram volle natuuryoghurt
  • 60 gram boter
  • 1 ei
  • 1 theelepel natriumbicarbonaat
  • 1 theelepel kaneel
  • 1 theelepel zeste van citroen
  • 1 eetlepel oranjebloesemwater
  • 3  eetlepels ahornsiroop
  • 1 eetlepel kruidensuiker Ortiga
  • 1/2 theelepel zout
  • 1 kleine tot middelgrote appel
  • 1/2 citroen

 

Werkwijze

Snijd de appel in blokjes. Je hoeft die niet te schillen. Pers het sap van de halve citroen uit. Meng het citroensap met de kaneel en laat de appelstukjes er in wellen.

Doe alle droge ingrediënten bij elkaar: meel, natriumbicarbonaat, suiker, zout.

Klop de boter met de yoghurt en het ei tot een smeuïg geheel. Voeg hier het oranjebloesemwater aan toe en 1 theelepel citroenzeste (schil van de citroen)

Voeg de natte en droge ingrediënten samen. Vermeng de appelstukjes met het deeg en doe in een met bakpapier beklede vorm.

Zet de cake in een voorverwarmde oven van 180 graden. Laat gedurende 40 minuten bakken. Controleer de gaarheid door er eens in te prikken met een tandenstoker. Wens je individuele cakejes te maken, dan zullen ze na zo’n 20 minuten bakken gaar zijn.

 

 

Clafoutis met krieken

Een paar jaar geleden raakte ik voor het eerst aan de praat met een man van een straatje verder. Hij is enorm bezig met planten, en heeft zo zijn eigen maniertjes om diverse bloemen, groenten zoals tomaten en fruit te kweken. Zijn tuin is niet groot. Vooraan aan het huis staan er steeds potten met probeersels. Het is eigenlijk bijzonder fijn om te zien. Ik geniet er steeds van telkens als we er passeren tijdens onze wandeling met Kiah.

Afgelopen maandag hield hij ons tegen op de wandeling, zoals hij wel vaker doet, maar deze keer niet enkel voor een praatje. Hij vroeg me of ik iets kon doen met krieken. Hij had in het  weekend uitvoerig geplukt en het resultaat is een mooie oogst van een paar emmers.

Dus was ik trotse eigenaar van  overheerlijke, verse, onbespoten krieken.

Omdat we op punt staan op vakantie te vertrekken, heb ik er een deeltje van meegegeven aan een goede vriendin. Zij ging eens proberen ‘opgelegde krieken’ te maken.

En ik heb er clafoutis van gemaakt. Eerst gezellig een dikke halve kg krieken ontpit.  Zo’n 300 gram van de krieken kan dienst doen voor de taart. De rest heb ik verwerkt tot een standaard confituur.

 

Benodigdheden voor de clafoutis

300 gram ontpitte krieken (kan ook met kersen of zelfs perzik)

100 gram bleke amandelen

3 eieren

150 ml kokosmelk

flinke scheut volle room

40 gram kruidensuiker Ortiga

1/2 theelepel kruidenzout

scheutje ahornsiroop

 

Werkwijze

Bekleed een vorm met bakpapier. Leg er het fruit op. Vermaal amandelen tot amandelmeel. Doe er de suiker en het zout bij. Kluts de eieren los. Doe ze samen met de kokosmelk en de room bij het amandelmengsel. Roer door elkaar. Stort het deeg over de krieken.

Zet de taart in een voorverwarmde oven van 160-180 graden gedurende 15-20 minuten. Als het deeg al een beetje begint te stollen giet je er nog een scheutje ahornsiroop over en laat dan verder bakken tot hij  gaar is (nog zo’n 30 minuten ongeveer). Check met een prikker of het deeg droog is. Anders laat je het nog eventjes verder bakken.

Heerlijk smullen van een puur dessertje met knipoog naar de zomer.

 

 

Plant in de kijker: Engelwortel – Angelica archangelica L.

Deze prachtige twee- of driejarige is een pronkstuk in éénieder zijn tuin. Weet wel, het is echt een kanjer en dit mag je ook letterlijk nemen. Voorzie dus een ruime plek liefst in de schaduw en op een ietwat rijkere, zure leemgrond. In het wild tref je hem het meest aan op vochtige plaatsen. De plant sterft af van zodra hij zaad heeft voortgebracht. De kiemkracht van het zaad zal dan voor nakomelingen moeten zorgen. Wil je de plant echter behouden dan is het aangewezen om de bloemstengels te verwijderen. 

De benaming verwijst naar aartsengel. De plant stond van oudsher bekend voor zijn bovenaardse krachten en vormde een ware bescherming tegen boze geesten en tegen de duivel. De legende vertelt dat deze plant omstreeks de 10de eeuw in een droom van een monnik aangewezen werd door aartsengel Raphaël   als genezer voor de pest. En sindsdien deed hij dienst als medicijn tegen onder meer de pest.

De plant heeft een bijzonder verfijnde smaak en aroma. Op die manier kan het gerechten een apart cachet geven. De zaden van de plant kunnen vermengd worden met andere zaadjes zoals die van venkel of koriander en gebruikt worden als aromatische mix om gerechten mee op te waarderen. Verder kunnen ze ook gebruikt worden om er een heerlijk elixir mee te maken. De jonge bladeren zijn eetbaar en kunnen ondermeer aroma geven aan slaatjes. De stengel wordt  vaak gebruikt om te confijten. Maar je kan ze ook gebruiken om aan fruitbereidingen zoals confituur toe te voegen.  In Lapland gebruiken ze de bladeren om vis in te verpakken. Dat heeft een verfijnd aroma en bovendien ook een antiseptische werking. Daarnaast schillen de Lappen de jonge stengels die ze ontdaan hebben van de bladeren en eten ze met smaak op. Wees wel matig met het gebruik want anders gaat de smaak snel overheersen.

De geneeskrachtige werking van de plant zit vooral in de wortel. Engelwortel kent een breed spectrum. Het is spijsverteringsbevorderend  en eetlustopwekkend dankzij de aanwezigheid van bitterstoffen. Het is verder algemeen aansterkend en heeft ook krampstillende eigenschappen. Maar de ietwat houterige geur kan ook rustgevend en angstwerend werken. In dat laatste geval kan de etherische olie gebruikt worden om te verstuiven. Let wel deze etherische olie behoort tot de hogere prijsklasse. Het verfijnde aroma laat tevens toe om in parfums te gebruiken.

Als je verse engelwortel oogst op een zonnige dag draag dan bij voorkeur beschermende kledij want de plant heeft  een fototoxische werking.

 

Zomerse kruidenmix en verfrissende tisanes

Mediterraanse gomasio

1 deel mengeling van verse blaadjes tijm, rozemarijn, bonenkruid, oregano

1 deel geroosterde sesamzaadjes

snuifje zout

Doe de geroosterde sesamzaadjes samen met de verse kruiden in een vijzel en maak het geheel fijn. Voeg er een snufje zout aan toe.

Voeg evt nog een aantal verse lavendelbloemetjes toe aan het geheel.

Heerlijk op gebakken aardappelen, slaatjes, een omeletje, vleesgerechten

 

Zomerse BBQ mix

Meng gelijke delen gedroogde tijm, rozemarijn en bonenkruid onder elkaar.

Gooi hiervan een klein beetje in het vuur en gebruik de mix om een marinade mee te maken voor het vlees.

 

Iced Pomenthe

Voor 1 liter

Kruidentisane ‘pomenthe’

Sap van 1 citroen

2-3 lepels honing

Snuifje zout

Zet de tisane en laat die even trekken. Laat afkoelen (bij voorkeur een nacht in de koelkast).

Voeg het sap van 1 citroen, de honing en het zout toe en meng goed. Laat het geheel nog even goed afkoelen.

Variant: gebruik vlierbloesemsiroop om te zoeten.

Puur eten – vlierbloesem

Het is weer zover -vlierbloesemtijd. En daar profiteren we van om mee aan de slag te gaan. Complexloos deze keer.

Een aantal bereidingen die nog wat houdbaar zijn zodat we nog een tijdje kunnen nagenieten van het heerlijk aroma en de subtiele smaak van dit toppertje van de natuur.

 

 

 

 

 

Vlierbloesemazijn

Een heerlijk aromatische azijn waarmee je diverse lekkere dressings kan maken

8 tot 10 schermen vlierbloesem

appelazijn of witte wijnazijn

klein bokaaltje (100 tot 150 ml)

Knip de stengels van de schermen en doe de bloemetjes in het bokaaltje. Overgiet met de azijn zodat alles onder staat. Laat gedurende 2 tot 3 weken trekken. Filter de azijn en doe in een flesje.

 

Vlierbloesemhoning

8 tot 10 schermen vlierbloesem

vloeibare honing

klein bokaaltje (100 tot 150 ml)

Knip de stengels van de schermen en doe de bloemetjes in het bokaaltje. Overgiet met de honing. Zorg dat de bloemetjes goed overgoten zijn met honing. Meng evt met een lepel. Een lekker gearomatiseerde honing die je niet hoeft te filteren. Lekker op pannenkoeken, bij ijs.

 

Confituur van rabarber, aardbei en vlierbloesem

700 gram rabarber

300 gram aardbeien

800 gram ruwe rietsuiker

sap van 2 citroenen

5-6 schermen vlierbloesen (of meer indien gewenst)

Snijd de rabarber en aardbeien in kleine stukjes. Doe in een grote kom en breng zachtjes aan de kook. Voeg de suiker toe en het citroensap en laat zo’n 10 tot 15 minuten pruttelen. Voeg er op het einde de schermen vlierbloemen (ontdaan van het meeste stengel) aan toe en laat nog een paar minuten zachtjes koken.

Doe het geheel in gesteriliseerde bokaaltjes.

 

Vlierbloesemsiroop

1 kg ruwe rietsuiker

1 liter water

30 schermen vlierbloesem

2 citroenen

Breng water en suiker aan de kook. Laat even pruttelen en laat afkoelen.

Doe de vlierbloesem, ontdaan van meeste stengel in een grote bokaal. Overgiet met de afgekoelde siroop. Snijd de citroenen in partjes en leg bovenaan de bokaal. Laat dit geheel 2-4 dagen trekken (in de koelkast).

Filteren en bottelen.

Erg lekker bij ijs, in drankjes zoals witte wijn en champagne, om limonade mee te maken of gewoon om gerechten subtiel te zoeten zoals een compôte van rabarber.

 

Wil je het nog makkelijker maken en toch van de weldaden van de bloesem genieten. Garneer dan desserten, fruit, slaatjes naar hartelust met deze heerlijke bloemetjes.

 

Lievevrouwebedstro – Galium odoratum

Laat de Latijnse benaming het al niet vermoeden? Dit bescheiden plantje heeft een bijzonder aangenaam aroma. Vooral dan het gedroogd plantgoed.  Dat komt ons goed van pas bij het uitdenken van nieuwe geurenmengelingen. De typische geur dankt de plant aan de aanwezigheid van coumarines, die bij het drogen uit elkaar vallen waardoor de geur subtieler wordt.

De Nederlandse benaming leunt aan bij de Christelijke legende dat dit kruid gebruikt zou zijn voor het opmaken van Maria’s bed.  De Germanen gebruikten dit plantje ter verering van Freya, godin van de geboorte. Verder werd lievevrouwebedstro ook beschouwd als een heksenwerend kruid. Het gebruik ervan als beschermingsmiddel tegen het kwaad is terug te vinden in veel gebruiken in Europa. Zo werden er bij voorbeeld tuiltjes lievevrouwebedstro aan het bedeinde gehangen van de zieken met koorts.

De plant is  een zeer mooi bodembedekkertje dat houdt van een schaduwrijk plekje. Het plantje bloeit volop in mei met mooie witte bloemetjes. Het oogsten ervan voor toepassingen gebeurt best voor de bloei. Ook bijzonder leuk is dat de blaadjes met acht samen een soort krans vormen.

Vroeger werd het kruid vaak gebruikt ter bevordering van de spijsvertering maar ook om wonden te helen. Het bevat net zoals Engelwortel krampwerende en digestieve eigenschappen.  Verder worden er ook mild slaapverwekkende eigenschappen aan toegeschreven. Vandaag de dag is het medicinaal gebruik ervan beperkt. Al vind je het wel nog terug in kruidenmengelingen voor tisanes.

Culinair kan je aan de slag met dit plantje in ondermeer gebak of om frisse drankjes mee te maken. Enkele takjes een paar uren laten trekken geeft een verfijnde smaak. Laat ze echter niet te lang trekken want anders komen er teveel coumarines vrij en daar kan je hoofdpijn van krijgen. Teveel coumarines kunnen ook aanleiding geven tot braken, dus spring zeker karig om met het gebruik van dit kruid.

 

 

 

Puur eten – Rabarbertijd

Elk voorjaar kijk ik er met plezier naar uit om met deze groente aan de slag te gaan. De plant maakt deel uit van de duizendknoopfamilie en wordt nog steeds door velen als fruit aanzien omwille van de zurige smaak.  Het is echter een groente.

Rabarbersoepje met munt en pee

Voor 2 porties 

1 peer

2 tot 3 stelen rabarber

5 blaadjes munt

snuifje zout

2 eetlepels ahornsiroop

Snijd de peer en de rabarber in stukjes. Laat het geheel zachtjes stoven tot alles zacht is. Snipper de verse munt fijn en voeg samen met het zout en de ahornsiroop bij de fruit-groentemengeling. Mix het geheel en dien warm op.

Een verfrissend soepje.

Rabarberconfituur met banaan en gember

Een tip van de buurvrouw heeft me aangezet om eens met deze combinatie aan de slag te gaan.

Voor 2 kleine potjes

2-3 stelen rabarber (afhankelijk van de grootte)

1 banaan

1.5 eetlepel verse gember

2 gram agar agar

2 tot 3 lepels ahornsiroop

Snijd de rabarber en banaan in stukjes. Kook op een zacht vuur gedurende 10 minuten. Eens aan de kook mag je er de agar agar, de gember en het zout aan toevoegen. Laat het geheel zo’n 10tal minuutjes pruttelen op zacht vuurtje. Voeg er op het einde de ahornsiroop aan toe.

Deze confituur is subtiel gezoet. We rekenen vooral op de zoetkracht van de banaan. Aangezien het aandeel suiker zeer beperkt is, is ze dan ook niet lang houdbaar. In de koelkast bewaren.