Het groeipad van mijn boek – Hoe ik de geuren in het boek ordende
Voor mijn boek maakte ik eveneens gebruik van geurclassificatie, al gaf ik daar een eigen invulling aan.
Geuren ordenen is niet nieuw.
Er bestaan talloze systemen en families.
In het boek zal je bij elke Geurgids heel wat plantaardige geuren vinden onder de rubriek Geurvrienden.
Die heb ik geordend in specifieke categorieën: concrete indelingen die enerzijds aansluiten bij de Geurgids zelf.
En anderzijds vertrekken vanuit functie, herkomst of de indruk die de geur oproept.
Om zo mijn eigen systeem te gebruiken. En jullie als lezer tegelijk te laten reflecteren over mogelijkheden om geuren in te delen. Op een manier die werkt voor jou.
Zo gebruikte ik eilandgeuren als categorie bij De Schildwacht. Of romige geuren bij De Flavourist.
Soms koos ik ook voor een aantal bestaande categorieën. Maar in die ogenschijnlijke eenvoudige categorieën zijn de geurstoffen dan weer niet altijd wat je verwacht. Zoals bloemen binnen de categorie fruitgeuren of hars binnen de categorie groene geuren.
Kortom. een eigen interpretatie, naast de vele bestaande systemen.
Want geur laat zich moeilijk vastleggen — en net daarin zit de vrijheid.
Daarom zijn ook de categorieën geen regels, maar handvatten — subtitels die helpen om geur concreet te maken in de praktijk.
Net zoals alles in het boek. Geen strak systeem, maar een manier van kijken én gebruiken. Om je uit te nodigen om juist je eigenheid te ontdekken in geur.

Voor mijn boek maakte ik eveneens gebruik van geurclassificatie, al gaf ik daar een eigen invulling aan.
Toch krijgt parfum een uitgesproken plaats.
Het Geurkompas is meer dan een metafoor. Het is een navigatie-instrument.
Wat zie je het eerst als je een boek vastpakt?
Toegegeven. De laatste maanden waren lastig. Want ik moest wachten. Geduld hebben. Nog meer wachten. Tot… er een verlossend antwoord kwam.
Zelfs de laatste loodjes waren leuk.
Als geursensitivo stelde ik me vaak de vraag of ik de enige was die zo gevoelig reageert op geuren.
Bij mij heeft geur veel losgemaakt. Mijn reukzin heeft me alerter gemaakt. Ik ben gevoeliger geworden voor geuren die me wel of niet bevallen. Sommige vind ik ronduit weerzinwekkend: ze prikkelen me zo sterk dat ik hoofdpijn krijg, naar adem moet happen of zelfs misselijk word. Denk aan sigarettenrook of agressieve synthetische stoffen. Andere geuren brengen precies het tegenovergestelde: ze bieden comfort, zachtheid en een vredig gevoel. Zoals lindebloesem op een zomerdag. En dan zijn er nog de neutrale geuren, die ik al een geschenk op zich vind – omdat ze geen weerstand oproepen.