Maand: april 2019

Plant in de kijker : Dovenetel – Lamium

Wanneer je nog op zoek bent naar een mooie bodembedekker in de tuin dan heb je hem nu gevonden. Lamium oftewel dovenetel. Het geslacht maakt deel uit van de lipbloemfamilie, wat je zeer duidelijk kan zien aan de fijne bloemetjes. Er maken zowel éénjarigen als vaste planten deel uit van dit geslacht.

De gewone witte dovenetel (lamium album) is de meest verspreide in Europa en vinden we op diverse plaatsen terug in het wild. Het blad lijkt zeer sterk op dat van brandnetel met dat verschil dat het geen mierenzuur bevat en dus niet prikt. De naam dovenetel is daarvan afkomstig:  de netel is doof, hij brandt dus niet. Andere varianten die we in het wild terugvinden zijn de gele dovenetel (Lamium Galeobdolon) en de paarse dovenetel (Lamium purpureum). Deze laatste komt tevens spontaan te voorschijn in de tuin.

Volgens de Griekse mythologie is Lamia album  eigenlijk het symbool van ontrouw van Zeus. Hij zou Hera bedrogen hebben met Lamia en uit wraak heeft Hera beide veranderd in een dove netel.

Het plantje is niet veeleisend en heeft een lange bloeitijd : van april tot oktober. Het zaad van de plant wordt door mieren verspreid dankzij het mierenbroodje. Dat is een zeer zoet deeltje aan het zaadje dat mieren aantrekt waardoor ze het verder gaan verplaatsen. Zij doen zich tegoed aan de zoete lekkernij zonder dat het zaadje hierdoor aangetast wordt. Het heeft wel van de kracht van de mieren gebruik gemaakt om zich te verplaatsen om zo weer op een ander plekje te kunnen groeien. De samenwerking in de natuur is toch echt wel mooi.

Het blad en de bloemetjes van alle soorten zijn eetbaar. Ze zijn bijzonder rijk aan mineralen. De bladeren smaken lichtjes bitter, de bloemen daarentegen zoet door de aanwezige nectar. Je kan ze verwerken in slaatjes of een tisane trekken van de blaadjes. Het is trouwens één van de weinige planten waarvan het blad niet verandert van smaak eens de plant in bloei staat, je kan dus blijven oogsten. Voor slaatjes is het jonge blad te verkiezen. Voor in een wokschotel of soep kan het wat ouder blad ook dienst doen.

In de kruidengeneeskunde wordt deze plant inwendig gebruikt ter verlichting van vrouwenkwalen. Het is tevens inzetbaar bij darmlast of ter ondersteuning van de luchtwegen.  Uitwendig kan je er een maceraat van maken of een extract om hiermee dan een zalf of crème te maken die vooral pijnstillend werkt.

Ik vind het plantje ook gewoon decoratief in de tuin. Ik heb de gewone paarse variant staan, maar tevens een aantal andere mooie cultivars:  Lamium maculatum “white nancy” en Lamium maculatum “beacon silver”. Beide zijn vaste planten met een zacht zilverbont blaadje. Ze woekeren niet en bloeien van april tot juli. Zeer goed winterhard.

Ben je toch nog op zoek naar een andere bodembedekker? Wel eigenlijk hebben heel wat planten de eigenschap om de bodem te bedekken. We denken vooral aan lage kruipende planten maar lavendel of kruiden zoals dragon zullen tevens de bodem in een mum van tijd verbergen. Zoek je toch iets lager bij de grond dan vind ik volgende planten ook bijzonder mooi en waardevol: lievevrouwebedstro (Gallium odoratum), kruipend zenegroen (Ajuga reptans) of vrouwemantel (Alchemilla vulgaris of mollis). De eerste is een echte schaduwplant en verdraagt moeilijk zon. De anderen kunnen dat wel aan.

Boeken als sfeermakers

Er zijn zo van die boeken die echte must haves zijn. Ze brengen als het ware sfeer in huis en in de boekenkast.  Toppers onder deze sfeermakers zijn voor mij persoonlijk steeds plantenboeken.

Het eerste boek dat ik graag even in de kijker wil zetten is Botanical style van Selina Lake. Ik kreeg de boekentip van een heel fijne vriendin en blogster Sarah  die heel veel bezig is vintage. Ze heeft een eigen blog Nuniya waarop je tevens de link terugvindt naar haar eigen vintage webshop waar ze sinds kort mee gestart is.

De auteur van het boek is een styliste die kan terugvallen op haar eigen craft skills zoals naaien, werken met bloemen en schilderen om haar extra inspiratie te geven.  Haar acht boeken over interieur en tuin behoren bij de best verkopende in de categorie.

Botanical style is eigenlijk een fantastisch mooi ‘lookbook’ dat direct een zeer frisse, natuurlijke sfeer oproept.

De auteur beschrijft 5 facetten van een botanische stijl voor in en rond het huis. Zo kan een  luchtige en delicate vintage style beroep doen op planten materialen door gebruik te maken van textiel en servies met diverse bloemenmotieven.  Een meer industriële loft-achtige stijl vraagt dan minder verfijnde bloemenmotieven maar eerder strakke groene planten als botanisch element.

Verder kan je ideeën opdoen over planten voor de tuin, hoe een serre sfeervol in te richten en staat er heel veel uitleg  in over kamerplanten. Wat mij tevens bijzonder aanspreekt aan het boek zijn de leuke DIY tips die je doorheen het boek kan vinden waaronder plantenkransen maken, hoe je met gedroogd plantenmaterial theelichthoudertjes maakt of hoe je vaasjes kan maken van diverse gerecycleerde materialen.

Een bijzonder origineel en aangenaam interieur boek waar ik op geregelde tijdstippen in terugblader om ideeën op te doen of gewoonweg omdat het mij een instant ontspannen gevoel geeft.

Het tweede boek waar ik graag iets meer over wil vertellen is een kruidenboek. Maar niet zomaar een kruidenboek zoals er zoveel zijn. Leni’s kruidenboek’is geschreven door herboriste Martine Van Nuffel en opgedragen aan haar kleinkind Leni. Het is gewoonweg een pareltje. Het boek is geschreven in de vorm van een kinderboek met ongelooflijk mooie illustraties. Op een speelse manier leer je meer over kruiden. Zo vergelijkt  Martine de plant met een boekenkast die bestaat uit verschillende schuifjes. Bij het openen van één van de schuifjes komt er een waardevol stofje of bijzondere eigenschap  vrij van de plant. Een zeer bevattelijke manier om de complexiteit van de plant en zijn inhoudsstoffen te verduidelijken.

Het boek beschrijft  een aantal planten  op een zeer speelse, bevattelijke manier waaronder duizendblad en madeliefje als zeer gekende planten maar tevens ook wilde chicorei en kattenkruid die misschien wat minder tot de verbeelding spreken. Verder bevat het boek ook een ‘doe-gedeelte’ met tal van leuke eenvoudige recepten die door jong en oud kunnen uitgeprobeerd worden.

Het bijzondere aan dit boek vind ik de laagdrempeligheid en de prachtige vormgeving. Het boek is uitnodigend voor een zeer breed publiek. Zowel voor plantenkenners als leken in kruidenleer biedt dit boek een meerwaarde. Een echte aanrader om in huis te halen.