Maand: juli 2018

Werken met zomerfruit

Omdat alles in de natuur sterk voorop is, was het in juli al het moment om vlierbessen te oogsten. We hadden geen betere dag gekozen dan de warmste dag om hiermee aan de slag te gaan. Het plukken zelf nam toch al makkelijk anderhalf uur in beslag maar het resultaat was een mooie voorraad. Dan begon het ‘zen’ werkje. De rijpe bessen van de trossen halen. Uiteindelijk zijn we aan de slag gegaan en hebben we 3 toepassingen gemaakt met vlierbessen. Daarnaast hebben we nog wat rijpe bramen verwerkt ook, want die zijn ook al volop het moment.

Vlierbessen bevatten blauwzuur. Daarom is het niet verstandig om ze rauw te eten. Opstapeling van het blauwzuur kan ernstige gezondheidseffecten met zich meebrengen. Het blauwzuur verdwijnt als de bessen gekookt hebben. De waardevolle stoffen in de bessen blijven wel bewaard.

Dit jaar hebben we zowel de vliervbloesems als de bessen verwerkt. Het moge duidelijk zijn dat er beduidend meer werk kruipt in de verwerking van de bessen. Bovendien zijn de bloesems subtieler wat mij persoonlijk iets meer aanspreekt. Het is weer wachten tot volgend jaar om ze terug te zien.

Vlierbessensiroop

Benodigdheden voor 1 liter siroop

1200-1500 gram rijpe bessen

ruwe rietsuiker

Van de bessen maak je eerst sap. Wij hebben eerst geprobeerd in een centrifuge maar het was snel duidelijk dat de bessen er tussendoor glipten en we dus veel verlies zouden hebben. Vandaar we een hoge pot genomen hebben (type aspergekom) en hierin de bessen met de mixer tot pulp vermalen hebben. Dit geheel haal je door een zeef en dan de pulp nog eens door een neteldoek om het sap er uit te halen.

Je voegt dan de helft suiker toe van de totale hoeveelheid sap dat je hebt. Dus, heb je 1000 ml sap, dan voeg je 500 gram suiker toe. Dit geheel breng je aan de kook en laat je eventjes doorkoken. Vervolgens bottelen in steriele flesjes.

Tip: wil je de pulp niet weggooien dan kan je een klein beetje  verwerken in koekjes of cakejes. Wij dachten om de al de pulp bij de confituur te doen, maar dat was geen goed idee. Je hebt echt veel te veel pittensmaak. Maar als je in kleine hoeveelheden werkt dan stoort het niet. Aangezien de pulp niet gekookt is, kan ze niet in koude toepassingen gebruikt worden omwille van het blauwzuur. Verwarm je de pulp eerst nog even met een scheutje water en laat je dit ook nog even doorkoken. Dan kan je het na afkoelen ook nog gebruiken als basis voor likeur, azijn om evt als smaakmaker te gebruiken in Kombucha (bij een tweede fermentatie). Allemaal leuke tips die ik zelf meegekregen heb en ik dus ook graag met iedereen deel.

Deze siroop is een aantal maanden houdbaar op een koele plaats.

Confituur van vlierbessen en vijgen

Voor ongeveer 1 kg

400 gram vlierbessen

600 gram vijgen

sap van 2 citroenen

500 gram ruwe rietsuiker

specerijen: kaneelpijpje, steranijs

zakje agar agar

Snijd de vijgen in stukken. Voeg het fruit samen met het citroensap, de suiker en de specerijen in een kookpot en laat zachtjes aan de kook komen. Doe er dan de agar agar bij. Laat zo’n 10 tot 15 minuten zachtjes sudderen.  Verdeel over steriele potten.

 

Vlierbessen op honing

Vlier laat zich bijzonder goed fermenteren. Dat hebben we al gemerkt met de vlierbloesemsiroop, die na verloop van tijd een plofje deed bij het openen van de fles. Maar dat geldt ook voor de bessen.

Vul een glazen pot tot de helft met vlierbessen. Overgiet het geheel met honing zodat alles goed onderstaat. Laat dit geheel staan op een warme plek waardoor het gaat ‘fermenteren’. Elke dag lucht je de pot even (haal je deksel er even af) en vermeng je alles nog eens goed. Je zal zien dat al heel snel de bessen wat naar boven komen. Weerom eens goed door elkaar roeren zodat honing en bessen goed vermengd zijn. Laat dit zo’n 4 – 6 weken verder trekken.

Gebruik: als zoetmaker toevoegen aan het beslag van gebak. Of filter het geheel na 4-6 weken en breng het gefilterd deel aan de kook gedurende een tiental minuten. Dit is een alternatief op de klassieke siroop.

Gebruik deze honing nooit rauw!

Bramenmosterd

(inspiratie boek: Uit de natuur – Anne Rogge)

Voor 2 kleine potjes

400 gram bramen

30 ml balsamicoazijn

80 g ruwe rietsuiker

1/2 sjalot

2 eetlepels mosterdzaad

zout en peper

Maak de bramen schoon en pureer ze met een staafmixer in een hoge pot (idem zoals bij de vlierbessen). Snijd de sjalot fijn. Stamp het mosterdzaad fijn in een vijzel. Doe alle ingrediënten samen in een kookpot, breng aan de kook en laat gedurende 5-10 minuten zachtjes pruttelen. Hierna overbrengen in steriele bokaaltjes.

Lekker bij kaas, maar evengoed bij een slaatje met kip of bij linzencakejes.

Tip: voeg er evt nog wat gember aan toe voor een extra pittige toets.  Hou je niet van balsamicoazijn, dan kan je gerust eens proberen met appelazijn.

 

 

Plant in de kijker: Canadese guldenroede (Solidago canadensis)

 

De naam ‘guldenroede’ verwijst naar de kaarsrechte stengel die doet denken aan een roede met goudgele bloemen, vandaar ‘gulden’. De Latijnse benaming ‘Solidago’ verwijst naar ‘solidare agare’ wat zoveel betekent als gezond maken, helen.  De normale bloeitijd voor deze plant is augustus-september. Net zoals vele anderen is ze dit jaar voor op haar bloeitijd. Hij stond immers al welig in bloei in juli.  Mijn oog viel er voor het eerst op tijdens de wildpluksessie in juli waar hij ook pronkte in Lieve haar toekomstige tuin. Ondertussen heb ik hem ook bij ons gespot. 

Hij groeit vooral op ruige stukken grond, langs boskanten of waterkanten. Hij komt tegenwoordig bijzonder veel voor en is best wel een woekeraar te noemen. Dit in tegenstelling tot de echte Guldenroede, die in het wild eerder zeldzaam is geworden.

In tuinen vind je deze plant ook vaak terug, hij is immers ook een bijzonder goede bijenplant. Door zijn invasief karakter is het wel raadzaam om hem goed op te volgen, anders overwoekert hij in een mum van tijd andere planten.

Naar ondersteunende werking is het zo dat er heel veel soorten uit de  Solidago familie bestaan die min of meer helende eigenschappen vertonen. Vroeger vond je guldenroede terug in zowat alle wondkruidmengels ter verlichting van tandpijn, keelpijn en ter verzorging van wonden. De Indianen in Noord Amerika gebruikten de Canadese soort vooral om keelpijn te verzachten. In Europa ontdekte men in de 13e eeuw dat  de echte guldenroede bijzonder helende eigenschappen heeft op vlak van de nieren.Vandaag is de plant nog steeds ingeburgerd in de volksgeneeskunde als tonicum voor de nieren maar evenzeer inzetbaar bij vochtophopingen, als reiniger, ter verzachting van keelpijn of ter verzorging van wonden. Een bijzonder veelzijdige plant. 

 

Wat mij is bijgebleven op de wildpluk is dat je van deze plant een ‘zijdezachte olie’ kan maken om je huid mee in te strijken. We namen graag de proef op de som en hebben dus een maceraat gemaakt van de bloem op amandelolie die we vier weken hebben laten trekken. Wetende dat de plant wondhelend werkt zullen we hiervan ook nuttig gebruik maken om een zalf mee te maken.