Ineens kwam er iets binnen.
Een woord dat me niet meer losliet.
Ik had een titel. Nog voor ik maar een letter op papier had.
Wat zie je het eerst als je een boek vastpakt?
De cover. Met daarop een titel.
Het is je eerste aanspreekpunt. Iets dat moet prikkelen. Nieuwsgierigheid wekken. Betekenis dragen, zonder alles al weg te geven—want dan hoeft er niets meer ontdekt te worden.
Voor ik begon te schrijven, heb ik lang gebroed.
Ik wist dat ik iets wilde doen rond geur en reukzin. Maar het mocht breed zijn. Toegankelijk. Bevattelijk. Nuttig.
En dus zocht ik naar een vorm.
Een systeem. Een manier om het tastbaar te maken.
Omdat ik me zo aangetrokken voel tot natuurlijke geurstoffen, dacht ik al snel aan paden. Aan reizen. Aan ontdekken.
En toen kwam het beeld van een zeer oud instrument, vermoedelijk ontwikkeld in China, ergens in de 11de eeuw.
Een van de eerste vormen had zelfs de gedaante van een vis.
Voor velen leek de werking bijna magisch.
En toch berustte ze op iets heel concreets.
Misschien gaat er al een lichtje branden.
Wat hebben geuren gemeen met iets dat helpt navigeren?
Iets dat richting geeft, zelfs wanneer je die zelf even kwijt bent?
Daar draait dit boek om.
Het verkent de vele richtingen — of misschien beter: de rollen — die geur kan aannemen in het dagelijks leven.
Dus. Hier komt hij dan: de titel van mijn boek.
‘Het Geurkompas.’
Dat ene woord klopt helemaal voor mij. Ik zocht iets concreets waarmee geur richting kan geven in het leven. Om zo de verschillende betekenissen en rollen van geur te verhelderen.
En om het niet te beperken tot enkel windrichtingen, komt er nog een extra laag bij.
Maar die hou ik nog even voor me.
Voor nu heeft het boek in wording alvast zijn drager gevonden: Het Geurkompas.
Nog vóór het verhaal er volledig was.
