Maand: juni 2026

Tussen planten en ketels – destilleren met roos als inspiratie

Rozen hebben iets magisch. Voor sommigen zijn ze klassiek en tijdloos, voor anderen nog steeds het summum van elegantie. Toen ik voor het eerst aan etherische rozenolie rook, was ik eerlijk gezegd niet meteen onder de indruk. Het rozenwater vond ik zelfs veel intrigerender.

De destilleerworkshop bij Netelvuur bewees dat mijn neus me niet bedrogen had.

Lesgeefster Kristel vertelde hoe vroeger vooral voor het rozenwater werd gedestilleerd en de etherische olie vaak als bijproduct werd beschouwd.

Dat klinkt verrassend logisch. Toen Avicenna de destillatietechniek verder verfijnde, deed hij dat immers om rozenwater te produceren voor medicinale toepassingen.

Vandaag is de situatie bijna omgekeerd. De etherische olie wordt beschouwd als het meest waardevolle product, terwijl het hydrolaat vaak als nevenproduct wordt gezien. Toch verdient rozenwater veel meer aandacht.

 

Waarom rozenwater zo bijzonder is

Een van de belangrijkste geurstoffen van roos is phenyl ethyl alcohol. Die geeft een groot deel van het herkenbare rozenaroma en is bovendien relatief goed oplosbaar in water.

Dat maakt roos bijzonder geschikt voor hydrodestillatie. De bloemblaadjes worden ondergedompeld in water dat wordt verwarmd. De opstijgende damp neemt geurstoffen mee en condenseert vervolgens weer tot een aromatisch water: het hydrolaat. Daarnaast ontstaat een kleine hoeveelheid etherische olie, die bij roos vaak snel stolt en zich soms zelfs afzet tegen de wanden van het koelsysteem.

 

Drie rozen uit de tuin

We begonnen de workshop in de rozentuin, waar we drie soorten oogstten: Rosa damascena, Rosa centifolia en Rosa gallica.

Vooral de eerste twee waren opvallend geurig. Na het plukken voelden je handen zelfs kleverig aan van de vrijgekomen etherische olie.

Onze oogst ging vervolgens in een grote hydrodestillatieketel.

De prachtige roze bloemblaadjes veranderden langzaam in een bruine, waterige massa, maar het rozenwater dat eruit kwam was kristalhelder en heerlijk van geur én smaak.

 

Cohobatie: twee keer distilleren

Een techniek die vaak wordt toegepast bij roosdistillatie is cohobatie. Daarbij wordt het rozenwater uit de eerste distillatie opnieuw gedistilleerd.

Dat gebeurt omdat een belangrijk deel van de phenyl ethyl alcohol tijdens de eerste distillatie in het hydrolaat achterblijft. Door het rozenwater een tweede keer te distilleren kan een deel van deze geurstof alsnog worden teruggewonnen, wat bijdraagt aan een vollere en rijkere rozenolie.

Wij gebruikten deze techniek als basis voor een eigentijdse versie van Hongaars Water. Hiervoor gebruikten we kleinere toestellen, waaronder een Air Still en een Thermomix met een extra koelopstelling.

Aan het rozenwater voegden we verse munt, salie, lavendel en rozemarijn toe. Na een tweede distillatie van ongeveer een half uur ontstond een heerlijk fris elixer met zachte rozentonen en kruidige accenten. Heerlijk als huidverfrisser, maar ook verrassend lekker om water mee te aromatiseren.

Een glyceriet van apothekersroos

Met de knoppen van de apothekersroos maakten we tenslotte een glyceriet.

Hiervoor gebruikten we gelijke delen glycerine, rozenwater en alcohol van 40%, waaraan we verse rozenknoppen toevoegden. Een deel van de alcohol was afkomstig van een distillaat van rozenwijn — wijn waarin rozenblaadjes waren verwerkt. Dit werd verkregen via vacuümdestillatie, waarbij de wijn in een glazen kolf in een zacht verwarmd waterbad werd geplaatst. Door de verlaagde druk in het systeem daalt het kookpunt van de alcohol aanzienlijk, waardoor de distillatie kan verlopen bij relatief lage temperaturen (rond 35 °C).

Dat is cruciaal voor geurwerk: hoe lager de thermische belasting, hoe beter de delicate bloemige fractie behouden blijft. In plaats van een “gekookt” alcoholprofiel ontstaat zo een helder, aromatisch distillaat waarin de roos haar frisse, vluchtige karakter behoudt.

Glycerine is een sterk polair oplosmiddel met een unieke capaciteit om zowel wateroplosbare als sommige minder polaire plantenstoffen te extraheren.  Dat maakt het bijzonder geschikt voor knoppen, die nog niet volledig ontwikkeld zijn maar al rijk zijn aan inhoudsstoffen.

Het resultaat was een veelzijdig preparaat dat zowel culinair als uitwendig gebruikt kan worden.  Want glycerine is een vochtbinder die water aantrekt en vasthoudt in de bovenste huidlagen. Daardoor blijft de huid langer gehydrateerd en soepel.

Roos in het Geurkompas

Deze workshop gaf me niet alleen nieuwe kennis, maar bevestigde nogmaals de enorme kracht en veelzijdigheid van rozengeur.

Binnen het Geurkompas behoort roos niet tot één enkele Geurgids. Ze verzorgt als de Vitalist, biedt geborgenheid als de Schildwacht, verleidt als de Verlokker en inspireert als de Bezieler kunst, toneel en symboliek.

Misschien is dat wel de reden waarom roos door de eeuwen heen zo geliefd is gebleven: ze spreekt tegelijk lichaam, hart en zintuigen aan.

 

Functioneel parfum – de terugkeer naar de essentie

 

Parfum wordt vandaag nog vaak gezien als een luxeproduct. Een aangename geur die we dragen omdat ze lekker ruikt.  Maar geur is veel meer dan dat.

Het groeiende onderzoek naar de invloed van geur op ons welzijn, onze emoties en ons gedrag maakt steeds duidelijker hoe krachtig onze reukzin is. Hoewel veel effecten moeilijk objectief te meten blijven – geur bevindt zich nu eenmaal op het kruispunt van biologie, psychologie en persoonlijke ervaring – groeit het besef dat parfum meer kan zijn dan een esthetische keuze alleen.

De opkomst van functionele parfums is dan ook geen verrassing. Sommigen spreken van aromatherapie 2.0. Zelf zie ik het eerder als een terugkeer naar de essentie van parfum.

 

Want oorspronkelijk waren parfums bijna altijd functioneel.

In de Oudheid werden geurende stoffen gebruikt bij godenverering, religieuze rituelen en offerandes. Geuren dienden als bescherming, als medicijn of als middel om lichaam en geest in balans te brengen. Later werden ze ook een teken van verzorging en beschaving. Bij de Romeinen maakte een aangename lichaamsgeur zelfs deel uit van het ideaal van de gegoede burger.

Met de komst van de moderne parfumerie verschoof dat accent geleidelijk. Dankzij nieuwe synthetische geurstoffen ontstonden geuren die voordien onmogelijk waren. Parfum werd steeds meer een vorm van artistieke expressie. Parfumeurs kregen de vrijheid om nieuwe olfactorische werelden te creëren, los van een specifieke functie. Creativiteit, verbeelding en mode kwamen centraal te staan.

Vandaag zien we opnieuw een verschuiving.

Door een groeiend bewustzijn rond ecologie, welzijn en zelfzorg zoeken steeds meer mensen naar producten die niet alleen mooi zijn, maar ook betekenis hebben. Ook parfum wordt opnieuw ingezet om een rol te vervullen: om te ondersteunen, te begeleiden of een bepaalde sfeer te creëren.

 

Wanneer wordt een parfum functioneel?

In mijn workshops leg ik niet meteen de nadruk op het functionele aspect van parfum. Eerst wil ik mensen opnieuw leren ruiken. Geuren leren herkennen. Ingrediënten leren begrijpen. Ontdekken hoe verschillende geurstoffen met elkaar samenwerken en hoe je ze harmonieus kunt combineren.

Een functioneel parfum maken vraagt immers meer dan alleen kennis van de vermeende eigenschappen van geurstoffen.

Je moet niet alleen begrijpen welke ingrediënten traditioneel worden geassocieerd met rust, focus, troost of energie. Je moet ook weten hoe die ingrediënten ruiken, hoe ze zich gedragen in een compositie en hoe ze samen een aangename geur vormen.

Want uiteindelijk blijft een functioneel parfum nog altijd een parfum.

De geur moet draagbaar zijn. Ze mag niet aanvoelen als een verzameling ingrediënten met een doel, maar als een harmonieuze creatie die mensen graag ruiken en ervaren. Dat onderscheidt een functioneel parfum van een klassieke aromatherapeutische blend.

Het is niet één afzonderlijke geurstof die het verschil maakt. Het is de geurcompositie als geheel die een bepaalde ervaring oproept.

En zelfs dan blijft geur iets zeer persoonlijks. Wat voor de ene persoon troostend werkt, kan voor een ander neutraal of zelfs onprettig aanvoelen. Juist die subjectiviteit maakt het werken met geur zo fascinerend.

Een functionele signatuur

Alle parfums die ik ontwikkelde voor Het Geurkompas kunnen in zekere zin functionele parfums genoemd worden. Elk parfum ondersteunt de rol van een Geurgids en belichaamt een specifieke functie die geur in ons leven kan vervullen.

Voor elk van deze geuren begon een zoektocht. Naar de juiste ingrediënten. Naar de juiste verhoudingen. Naar het subtiele evenwicht tussen effect, karakter en schoonheid.

Soms betekende dat eindeloos doseren. Een fractie meer van de ene grondstof, een fractie minder van de andere. Testen, evalueren, bijsturen en soms opnieuw beginnen. Tot de compositie niet alleen goed rook, maar ook aansloot bij de rol die ze moest vervullen.

Dat resulteerde uiteindelijk in acht signatuurparfums:

  • Vigilance – de geur van de Schildwacht – resoneert met waakzaamheid, alertheid en gronding.
  • Radiance – de geur van de Vitalist – resoneert met puurheid en levenskracht.
  • Solace – de geur van de Koesteraar – resoneert met troost, zachtheid en geborgenheid.
  • Savourance – de geur van de Flavourist – resoneert met proeven, degusteren en genieten.
  • Vibrance – de geur van de Bezieler – resoneert met openheid, creativiteit en inspiratie.
  • Luminance – de geur van de Lichtbrenger – resoneert met lichtheid, speelsheid en een aangename sfeer.
  • Lurance – de geur van de Verlokker – resoneert met aantrekking, ontmoeting en verbinding.
  • Veilance – de geur van de Schaduwwever – resoneert met afschermen, verzachten en verdoezelen.

Misschien is dat wel de essentie van functionele parfums: een betekenisvolle rol spelen in ons dagelijks leven. En ons helpen iets te ervaren.