kweepeer

Plant in de kijker: kweepeer

Plant in de kijker: kweepeer

Deze keer hebben we het over de vrucht van een plant. Kweepeer wordt ook wel kweeappel genoemd. Ze is verwant met de appel, peer en lijsterbes en behoren tot de kweepeerboom. Deze  boom maakt net zoals vele  fruitbomen deel uit van de rozenfamilie.

Alhoewel de vrucht al  duizenden jaren wordt gekweekt heeft ze nog steeds haar authentieke karakter van wilde vrucht behouden. De naam kweepeer komt van het Griekse woord Kydomalon. Malum is appel en Kydonia verwijst naar een stad op Kreta. Vandaar de appel van Kydonia. De vrucht komt uit de Kaukazus en werd in het Oude Griekenland reeds geteeld. In de Oudheid stond ze symbool voor liefde, geluk en vruchtbaarheid.

Als je kijkt naar de vrucht zie je dat ze meer het uitzicht heeft van een peer maar dan wel één van een dik formaat. De vrucht voelt een beetje ‘wollig aan. Wij wassen of vegen dat laagje er steeds af voor gebruik. In de 17de eeuw was dat laagje dons erg gegeerd. Gemengd met honing werd het gebruikt als haargroeimiddel.

Onder het laagje dons zit dan de schil met aan de buitenkant een waslaagje dat als je erover wrijft een heerlijk aroma vrijgeeft. Hier speelt dus de etherische olie die de vrucht bevat. De vrucht bevat erg veel pectine. Een middel dat vandaag geïsoleerd gebruikt wordt om jam in te dikken. Pectine is een onderdeel van de celwand van de plant en zorgt ervoor dat plantencellen aan elkaar gaan klitten.

Gebruik van de kweepeer

De kweepeer leent zich niet echt om zo uit het vuistje te eten. Het vruchtvlees blijft — ook al is de peer goed rijp — steeds houtachtig hard. Dankzij die houtachtige structuur kan de vrucht veel vocht vasthouden. Niettemin is ze wel een zeer dankbare vrucht om te verwerken. Ze wordt het meest gebruikt om er jam, gelei of marmelade mee te maken. Het woord marmelade is afkomstig van ‘marmelo’ wat staat voor ‘kweeperenjam’.

Naast de klassieke gelei kan je nog tal van andere zaken doen met kweepeer.

Je kan de vrucht schillen en in partjes snijden. Deze partjes kan je laten macereren in een mengsel van het sap van 2 citroenen,  1 theelepel gemalen kaneel, ¼ theelepel kruidnagel en een 1 theelepel ruwe rietsuiker gedurende 10-15 minuten. Dan bak je je de partjes in geklaarde boter. Je kan deze gebakken partjes nuttigen met bij voorbeeld  granola en een schepje natuuryoghurt. Maar ze smaken ook leker bij een pannenkoek. Of waarom niet gecombineerd met een stoofpotje van vlees. Zelfs ook bij een stukje halloumi komt deze eenvoudige bereiding tot zijn recht.

De schillen recupereer je om een likeur mee te maken.  Je stockeert ze in een bokaal van 500 ml inhoud en overgiet ze met bij voorbeeld wodka (alcohol van 40 graden). Dit mengels laat je gedurende zes weken macereren. Dan filter je het geheel en je voegt zo’n 150 tot 200 gram suiker toe aan het overgehouden vocht.  Dit laat je dan gedurende een maand of zes weken staan. Af en toe eens schudden. Nadien is de likeur klaar voor gebruik. Maar door hem nog wat te laten staan zal hij nog beter worden. Je bekomt een lekker digestiefje!

Met de pitten tenslotte maak je een gel om uitwendig te gebruiken tegen bij voorbeeld kloven of andere irritaties. Je overgiet de pitten met een laagje alcohol (type wodka) en lengt nog aan met klein beetje water. Na verloop van tijd zal het geheel een gel vormen door het hoge gehalte aan pectine die aanwezig is in de pitten. Denk er wel aan extracten van pitten zijn niet geschikt voor inwendig gebruik want in hoge dosissen zijn pitten van de kweepeer — en ook van de appel — giftig